Korte geschiedenis van Geluwe


Geluwe (of Geleve) werd al in 1085 voor het eerst vermeld. In de 11de eeuwwerd immers een Romaans bedhuis opgetrokken, alsook de Sint-Dionysiuskerk,waarvan het altaar werd geschonken door de bisschop van Doornik.

Door de jaren heen kende Geluwe ook zijn vreugde en leed.Een monument op de Sint-Denijsplaats herinnert aan de dramatische Eerste Wereldoorlog.Geluwe bevond zich juist buiten de frontlinie, maar werd toch fel geteisterd.Geluwe was immers een laatste rustplaats, alvorens de soldaten naar het Ieperse frontmoesten trekken. Geluwnaar Dirk Decuypere schreef over deze periode in deze streekreeds enkele zeer gedetailleerde en gerenommeerde werken, zoals "Het malheur van de keizer : Geluwe 1914-1918 ".

Ook tijdens de Tweede Wereldoolog bleef Geluwe niet gespaard. Op 25 en 26 mei 1940 kende de gemeente een van haar meest dramatische momenten.De Tweede Cavaleriedivisie bood er immers heel wat weerstand, tijdens de slag om Geluwe.

Naast de kerk staat het Monument voor burgerlijke en militaireslachtoffers van beide wereldoorlogen








In de schaduw van de kerk, voor het rusthuis Ter Beke staat tenslotte het Gapersmonument,een waterspuwer, in de volksmond gaper genoemd.Vandaar de bijnaam van deze Wervikse deelgemeente.

De kerk van Geluwe






Het oudste document is een niet gedateerde akte waarin de bisschop Anselmus van Doornik het "altare de Gelewe" schonk aan het St.-Pieterskapitel van Rijsel . Deze schenking omvatte het recht op de inkomsten van de kerk en de verplichting te zorgen voor een pastoor, met voorzieningen voor zijn levensonderhoud. Uit de handtekeningen op deze akte kan afgeleid worden dat ze opgemaakt werd tussen 1146 en 1149. Tot die inkomsten behoorden de tienden waarvan in principe een derde bestemd was voor de pastoor.

Volgens recente studies zijn er nu nog sporen van een oude romaanse kruiskerk van 21,5m lengte, met middenschip en zijbeuken onder een dak. Het middendeel van de westgevel heeft in zijn top nog een originele versiering: een blindvenster met halfzuiltjes, zoals ook te zien is in de kerk van Ichtegem en Quaedypre. Ook het bruine ijzerzandsteen werd in onze streek in veel van de oudste kerken gebruikt.

In 1469 telde Geluwe 161 huizen, in 1711 waren er 3.200 inwoners. Deze bevolkingsaangroei vergde een grotere kerk. We veronderstellen dat deze vergroting telkens in twee fasen gebeurde: eerst de koorpartij die door de tiendeheffers moest betaald worden. Daarna kwam het schip van de zijbeuken. Zo zien we in de muur van het noorderkoor in baksteen het jaartal 1555. Dit koor is in gotische stijl. Oude teksten laten ons echter weten dat reeds veel vroeger de familie vander Woestine een familiegraf had "in onzer Vrauwen choor binnen de kercke van Gheluwe alwaer diversche van heure voorders vander Woestine begraven ligghen". Misschien was er een absiskapel in de kruisbeuk van de romaanse kapel. Boven de twee zijdeuren van de kerk zitten nu twee sluitstenen met in de vier hoeken de jaartallen 1754 en 1740. Maar in de archieven van Geluwe, die in de periode 1700 - 1750 in ruime mate bewaard gebleven is, is er geen sprake van grote bouwwerken aan de kerk, alleen af en toe van herstellingen.

Na de vernielingen van de beeldenstorm kon de pastoor Jheronimus van Eeckhoutte niet terugvallen op verbeurdverklaarde goederen van geuzen uit zijn eigen parochie, om de eenvoudige reden dat er in deze landbouwgemeenschap geen protestanten waren. Er was geen andere uitweg dan met een speciale koninklijke toestemming drie jaar naeen een extra belasting in te voeren van 600 pond Doornikse. Dit is behoorlijk hoog bedrag zodat de veronderstelling gewettigd lijkt dat ze met dat geld wellicht het O.L.Vrouwe koor van 1555 verder doorgetrokken hebben tot aan de westgevel. Dan zou de cijfers op de oude verweerde sluitsteen boven de deur van de noorderschip in een andere volgorde gelezen 1574 kunnen geven: einde van die werken. De andere sluitsteen met een veel jonger uitzicht zou de gedenksteen kunnen zijn van de plechtige inhuldiging van de relikwie van St.- Denijs op 9 oktober 1740, waarover Petrus Jacobus Verkindere uit de herberg "Der Hand" in zijn dagboek geschreven heeft.Er was nog een andere gedenksteen met het jaartal 1717, die echter bij de bouwwerken van 1912 gebroken werd. Dan werd het hoofdkoor uitgelengd en het St Denijskoor gelijkvormig gemaakt aan het O.L.Vrouwekoor. Pastoor Outterssoone liet uit eigen middelen het altaar van St .-Sebastiaan marbreren, zoals hij in zijn dagboek noteerde. Dat barokke altaar dat tegen de verbreedde zuidwestelijke torensteun opgesteld was, was te hoog om te passen onder de oude romaanse bogen. We vermoeden daarom dat het zuidelijke schip voor 1725 voltooid was. Ondertussen had de kerk nog schade opgelopen: in 1578 hadden Schotse huurlingen in dienst van Willem van Oranje de toren in brand gestoken. In 1580 werd de kerk zelf door een brand geteisterd. En pas in 1643 verleende het kapittel van Rijsel er na lang aandringen 700 gulden voor de noodzakelijke herstelwerken.Onder pastoor Lodewijk Boone (1854 - 1880) werd vastgesteld dat de toren bouwvallig werd .Een eerste plan van arch. Croquison om een nieuwe toren te zetten aan de westgevel werd niet uitgevoerd. Pastoor Alois Devaere pakte het energieker aan. Ingaande op de nieuwe liturgische stromingen wilde hij het zicht op het hoofdaltaar verbeteren en daarom moesten de zware moerpijlers van de vieringtoren afgebroken worden. Onder de leiding van arch. Andre Carette uit Kortrijk werd een nieuwe toren gebouwd aan de zuidkant, die aan de binnenkant als een kruisbeuk werd uitgewerkt. Op dezelfde hoogte werd aan de noordkant ook een verlenging van de kruisbeuk bijgebouwd. Na deze werken drong de commissie van monumenten aan om de twee zijgevels en ook de meegaande twee voorgevels te bekleden met roestbruine zandsteen en de vensters in romaanse stijl te verbouwen. De werken waren in 1914 nauwelijks voltooid maar nog niet betaald toen de oorlog uitbrak, die wel het ganse dak en de vloer vernielde, maar de muren zelfs hielden stand. Het bleef aanslepen tot 1926 voor de kerk weer gans hersteld was. Van de vroegere spuiers aan de vier hoeken van de oude toren , omwille van hun wijde mond ook "gapers" genoemd , kregen de Geluwnaars hun bijnaam. Een ervan heeft beeldhouwer John Claeys bijgewerkt en naast het parkeerterrein bij de kerk laten opstellen. Recent werd het om zijn vroegere functie beter te laten uitkomen in een roestbruine metalen minitoren omgevormd tot fontein, die staat in de Beselarestraat voor RVT Ter Beke.

Kerkinterieur.

We geven een kort overzicht van de belangrijkste kunstwerken die de kerk versieren:

Schilderijen:



Het schilderij "De kruisafneming" dateert van omstreeks 1695 en werd geschilderd door Nicolaas Van de Velde, uit Ieper, ter nagedachtenis van zijn schoonbroer Francois Van de Velde, pastoor in Geluwe van 1679 tot hij in 1694 stierf van de pest.




Recht ervoor hangt "ST Denijs voor zijn rechters" door Louis Taymans uit Elsene (1826-1877) in 1861 door de kerkfabriek aangekocht.

Rondom zijn de veertien staties van de kruisweg opgehangen, werk van Eugeen van Maldegem uit 1863 en geschonken door J.B. Vuylsteke, burgemeester van Geluwe van 1830 tot 1863.


Verder zijn er nog drie oude schilderijen: "De Emmausgangers" vroeger in het retabel van het H. Sacramentsaltaar dat opgericht was voor de noordwester moerpijler van de vieringtoren. Restaurateur Leegenhoek heeft het toegeschreven aan N. Van de Velde."De Marteldood van St.-Sebastiaan " wordt eveneens aan N. Van de Velde toegeschreven."De aanbidding van de herders" is een kopie naar een olieverfschets van Rubens. Misschien geschilderd door Mathijs van den Bergh,die in 1615 geboren werd in Ieper,leerling was van Rubens en in 1687 te Alkmaar stierf.

houtsnijwerk:

Het houten devotiebeeld van St. Denijs is gedateerd 1719 en gesigneerd H.P. wat kan staan voor Hendrik Pulincs (1698 1781) die in 1715 in Brugge als meester beeldwerker werd ingeschreven in de gilde van de schrijnwerkers.


Een reeks medaillons met taferelen uit het leven van Maria en een reeks over St.-Denijs.De opdrachtgevers lieten hun schild aanbrengen dat nu te zien is op de lezenaars;Maximiliaan vander Woestine en zijn echtgenote Louise Melun.

De communiebank is een geschenk van een nichtje van pastoor Outersoone: het wapenschild van juffrouw Katrien Van der Beke is afgebeeld op een van de staanders van de communiebank.



Meer over de kerk van Geluwe in: De Gidsenkring, orgaan van de West-Vlaamse gidsenkring, 30 e jaargang nr 1 februari 1992: Geluwe en zijn kerk, 35 blz.

Met dank aan de heer Julien Logie, meer info is te vinden op zijn eigen website